Citaat | Hoge Raad 14 januari 2003

Alinea 47 Hoge Raad 14 januari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 14 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE8779.

3.6. Uit het vorenoverwogene volgt allereerst dat het openbaar ministerie de oproeping van een vóór de nadere terechtzitting opgegeven getuige slechts kan weigeren indien het - voorzover in deze zaak van belang - van oordeel is dat daardoor redelijkerwijs de verdachte niet in zijn verdediging wordt geschaad, en voorts dat de rechter het verzoek van de verdachte tot oproeping van zo een getuige slechts kan afwijzen indien redelijkerwijs valt aan te nemen dat daardoor het openbaar ministerie niet in zijn vervolging of de verdachte in zijn verdediging wordt geschaad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef3e8b53b97099b063f4810cb863b1d6f511a7deda1fa9a6f9e2f394d636a6e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef3e8b53b97099b063f4810cb863b1d6f511a7deda1fa9a6f9e2f394d636a6e7, en de alinea staat in dat document op bytes 13944 tot 14529.