Citaat | Hoge Raad 9 mei 2003
Alinea 16 Hoge Raad 9 mei 2003
Een alinea uit Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE8795.
3.1. Niet in geschil is klaarblijkelijk dat het aan belanghebbende verkochte en geleverde winkelpand met bovenwoning in zijn geheel als ondernemingsvermogen kan worden aangemerkt. Indien een ondernemer een dergelijk pand aldus in eigendom verwerft mag hij dit, ook als hij in algehele gemeenschap van goederen is gehuwd, tot zijn ondernemingsvermogen rekenen. Indien deze ondernemer (slechts) het gebruik van het pand inbrengt in een vennootschap onder firma, mag hij dit pand tot zijn buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen rekenen. Er is geen grond anders te oordelen indien, zoals in het onderhavige geval, die inbreng van het gebruik plaatsvindt in een vennootschap onder firma waarvan de in algehele gemeenschap gehuwde echtgenote de andere vennoot is. Als medevennote krijgt de echtgenote alleen zeggenschap over het gebruik van het pand in de onderneming, niet over het pand zelf. Bij het pand zelf heeft zij alleen belang, in die zin dat zij deelt in het risico van tenietgaan en in de waardeveranderingen, in haar hoedanigheid van in algehele gemeenschap gehuwde echtgenote. Dat is echter onvoldoende om het pand tot haar ondernemingsvermogen te mogen rekenen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2ee10c6d007833f41be1c07bc736e908156eb738f0f158ff53d1d1117da57d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2ee10c6d007833f41be1c07bc736e908156eb738f0f158ff53d1d1117da57d6, en de alinea staat in dat document op bytes 6063 tot 7252.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2ee10c6d007833f41be1c07bc736e908156eb738f0f158ff53d1d1117da57d6 | shasum -a 256