Citaat | Hoge Raad 14 januari 2003

Alinea 37 Hoge Raad 14 januari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 14 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE8800.

Voorts is door de verdediging gesteld dat het horen van [betrokkene 1], noodzakelijk is om aan te tonen dat [betrokkene 1] in de zaak tegen de verdachte [verdachte] als criminele burgerinformant en/of -infiltrant door de politie werd ingezet, dan wel dat er sprake is geweest van een gecontroleerde doorlevering van verdovende middelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db6fcb9c5675ec2a5f4db0a3b5bcefef50d1cd96aa542ea2948bef72310b6853. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db6fcb9c5675ec2a5f4db0a3b5bcefef50d1cd96aa542ea2948bef72310b6853, en de alinea staat in dat document op bytes 9033 tot 9382.