Citaat | Hoge Raad 21 januari 2003

Alinea 27 Hoge Raad 21 januari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE8845.

In zijn arrest van 19 december 1995 (NJ 1996, 249) heeft de Hoge Raad bepaald dat het de "opsporingsambtenaren slechts dan vrij(staat) het opmaken van een proces-verbaal achterwege te laten ingeval hetgeen door hen is verricht of bevonden naar hun, aan toetsing door de officier van justitie onderworpen, oordeel redelijkerwijs niet van belang kan zijn voor enige door de rechter in het eindonderzoek te nemen beslissing". Dat materiële criterium geldt naar 's hofs oordeel evenzeer voor hetgeen in een proces-verbaal (indien dat wél wordt opgemaakt) moet worden gerelateerd. Van een specifieke rechtsplicht van de opsporingsambtenaar om te spreken is dus geen sprake indien de in het proces-verbaal van aanhouding verzwegen opsporingshandeling niet relevant is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fe04592a7229ffb8c4e6a2ca8e6dca0e8fa3e85ec4faf13d7c7303357c94f6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fe04592a7229ffb8c4e6a2ca8e6dca0e8fa3e85ec4faf13d7c7303357c94f6f, en de alinea staat in dat document op bytes 10629 tot 11407.