Citaat | Hoge Raad 21 januari 2003
Alinea 31 Hoge Raad 21 januari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE8845.
Nu verdachte evenwel, zij het rechtens onverplicht, wél melding had gemaakt van het feit dat hij met zijn zaklantaarn een aanval van die [betrokkene 1] met een broekriem had afgeweerd en daarmede de indruk heeft gewekt dat dit de enige vorm van geweld was geweest, geeft de verzwijging van de bedreiging van [betrokkene 1] met het dienstpistool door verdachte - mede in het licht van het vertrouwen dat gesteld moet kunnen worden in de integriteit van ambtsedige processen-verbaal - een zó vertekend beeld van de werkelijkheid inzake het jegens [betrokkene 1] gepleegde geweld, dat hetgeen daaromtrent in het proces-verbaal van aanhouding wél is gerelateerd het karakter van onwaarheid heeft verkregen. Hetgeen in het ambtsedig proces-verbaal van aanhouding in de strafzaak tegen [betrokkene 2] omtrent het jegens [betrokkene 1] toegepaste geweld door verdachte is gerelateerd dient derhalve naar 's hofs oordeel als "een valse verklaring onder ede" in de zin van art. 207, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht te worden aangemerkt."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fe04592a7229ffb8c4e6a2ca8e6dca0e8fa3e85ec4faf13d7c7303357c94f6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fe04592a7229ffb8c4e6a2ca8e6dca0e8fa3e85ec4faf13d7c7303357c94f6f, en de alinea staat in dat document op bytes 13784 tot 14839.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3fe04592a7229ffb8c4e6a2ca8e6dca0e8fa3e85ec4faf13d7c7303357c94f6f | shasum -a 256