Citaat | Hoge Raad 25 maart 2003

Alinea 59 Hoge Raad 25 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 25 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9049.

3.8. Het vorenstaande brengt mee dat de bestreden uitspraak voor wat betreft de ten aanzien van feit 3 gegeven beslissingen niet in stand kan blijven. Niettemin zal de Hoge Raad tevens de vraag bespreken of, indien er in deze zaak veronderstellenderwijs van zou moeten worden uitgegaan dat bewezen is dat de verdachte met zijn gedraging de aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer in het leven heeft geroepen, het oordeel van het Hof dat de verdachte zich willens en wetens aan die kans heeft blootgesteld, genoegzaam is gemotiveerd. Die vraag moet ontkennend worden beantwoord. De enkele vaststellingen van het Hof dat de verdachte wist dat hij met het HIV-virus was besmet en blijkens zijn verklaring - waarbij het Hof kennelijk doelt op de door de verdachte in hoger beroep afgelegde verklaring - ervan op de hoogte was dat onbeschermd seksueel contact risico's meebrengt, maar desondanks het bewezenverklaarde seksuele contact is aangegaan, kunnen niet zonder meer het oordeel dragen dat de verdachte die - veronderstelde - aanmerkelijke kans ook bewust heeft aanvaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/59abf1f0c0a156771df0f637340f1ecab3bfa8fc0112b22b7292e8be2f322400. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 59abf1f0c0a156771df0f637340f1ecab3bfa8fc0112b22b7292e8be2f322400, en de alinea staat in dat document op bytes 22785 tot 23881.