Citaat | Hoge Raad 25 maart 2003

Alinea 64 Hoge Raad 25 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 25 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9049.

De verdachte, die zich in voorlopige hechtenis bevindt, heeft op 15 augustus 2001 beroep in cassatie ingesteld. De zaak is ter terechtzitting van de Hoge Raad van 1 oktober 2002 voor de eerste maal behandeld, hetgeen ertoe leidt dat de Hoge Raad uitspraak doet nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dit brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Het Gerechtshof dat de zaak na verwijzing op het bestaande hoger beroep zal hebben te berechten en af te doen, zal deze overschrijding bij de strafoplegging in zijn beoordeling dienen te betrekken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/59abf1f0c0a156771df0f637340f1ecab3bfa8fc0112b22b7292e8be2f322400. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 59abf1f0c0a156771df0f637340f1ecab3bfa8fc0112b22b7292e8be2f322400, en de alinea staat in dat document op bytes 25294 tot 25950.