Citaat | Hoge Raad 10 januari 2003
Alinea 35 Hoge Raad 10 januari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9379.
3.4 Onderdeel 3 is gericht tegen rov. 4.13 waarin het Hof heeft overwogen dat het inzake de eventuele mededelingsplicht bij de totstandkoming van de overeenkomst geen oordeel behoeft te geven, omdat vaststaat dat Interpolis bij de inspectie door [betrokkene 1] op de hoogte is geraakt van de gedeeltelijke verhuur, althans het voornemen daartoe. Volgens het onderdeel is deze beslissing in zoverre onjuist dat voor de hier bedoelde mededelingsplicht van belang is, althans kan zijn, of in de periode tussen 1 februari 1995 en 9 februari 1995 het voornemen tot verhuur ten aanzien van één of meer huurders is geconcretiseerd. Ook dit onderdeel kan bij gebrek aan belang niet tot cassatie leiden, nu uit de gedingstukken van de feitelijke instanties niet blijkt dat Interpolis heeft gesteld dat deze situatie zich heeft voorgedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2fc74c1acc32f28871642a8a94bfa006cb8bfcfcb7faba61c549c3c9e270058. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2fc74c1acc32f28871642a8a94bfa006cb8bfcfcb7faba61c549c3c9e270058, en de alinea staat in dat document op bytes 10513 tot 11357.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2fc74c1acc32f28871642a8a94bfa006cb8bfcfcb7faba61c549c3c9e270058 | shasum -a 256