Citaat | Hoge Raad 10 januari 2003

Alinea 38 Hoge Raad 10 januari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9379.

In cassatie moet veronderstellenderwijs van de juistheid van deze stelling worden uitgegaan. Ook dan is het oordeel van het Hof dat erop neerkomt dat méér nodig was om [verweerder] te doen beseffen dat hij - al bestond tijdens het gesprek met de inspecteur (mogelijk) al een mondelinge afspraak tot verhuur (aan [huurder 1]) en had hij daarop gedoeld met zijn mededeling over verhuur - na dit gesprek de daadwerkelijke verhuur en de naam van de huurder aan Interpolis moest melden, niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat de clausule spreekt over "het (opnieuw) verhuren" en niet de eis van (verdere) specificatie stelt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2fc74c1acc32f28871642a8a94bfa006cb8bfcfcb7faba61c549c3c9e270058. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2fc74c1acc32f28871642a8a94bfa006cb8bfcfcb7faba61c549c3c9e270058, en de alinea staat in dat document op bytes 12589 tot 13231.