Citaat | Hoge Raad 24 januari 2003

Alinea 38 Hoge Raad 24 januari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9384.

De Kantonrechter heeft de erven [betrokkene A] toegelaten te bewijzen dat [betrokkene A] tijdens zijn werkzaamheden voor [verweerster] in aanraking is gekomen met asbest. De erven [betrokkene A] hebben twee getuigen doen horen: [betrokkene B], een werknemer van [verweerster] in de tijd dat ook [betrokkene A] daar werkte, en [betrokkene C], een zwager van [betrokkene A]. Zij hebben een verklaring opgesteld door [betrokkene A] overgelegd, waarin deze een opsomming van zijn werkzaamheden geeft, alsmede twee door [betrokkene A] genomen foto's. In het eindvonnis heeft de Kantonrechter overwogen dat de erven [betrokkene A] niet in het bewijs zijn geslaagd en dat de vordering moet worden afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29ca338ff6e927eb5efd525d5542f163c9b2c8e24a7facff07262e7e83ba72ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29ca338ff6e927eb5efd525d5542f163c9b2c8e24a7facff07262e7e83ba72ad, en de alinea staat in dat document op bytes 9178 tot 9892.