Citaat | Hoge Raad 24 januari 2003
Alinea 44 Hoge Raad 24 januari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9384.
3.5 Het middel slaagt. In art. 213 lid 1 (oud) Rv., thans art. 164 lid 2 Rv., gaat het om de bewijskracht van een verklaring die een partij ten overstaan van de rechter als getuige heeft afgelegd. De schriftelijke verklaring van [betrokkene A] levert bewijs door geschrift op en kan niet worden opgevat als bewijs door getuigen, aangezien de wet onder getuigen slechts diegenen verstaat die als zodanig ten overstaan van de rechter in het geding een mondelinge verklaring afleggen. Behoudens enige afzonderlijk geregelde gevallen (bijvoorbeeld de bewijskracht van akten), kent de wet geen bijzondere regels met betrekking tot de bewijskracht van geschriften, zodat de bewijswaardering daarvan - volgens de hoofdregel van art. 179 lid 2 (oud) Rv., thans art. 152 lid 2 Rv. - is overgelaten aan het oordeel van de rechter. Het bestreden oordeel van de Rechtbank berust derhalve op een onjuiste rechtsopvatting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29ca338ff6e927eb5efd525d5542f163c9b2c8e24a7facff07262e7e83ba72ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29ca338ff6e927eb5efd525d5542f163c9b2c8e24a7facff07262e7e83ba72ad, en de alinea staat in dat document op bytes 12439 tot 13360.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/29ca338ff6e927eb5efd525d5542f163c9b2c8e24a7facff07262e7e83ba72ad | shasum -a 256