Citaat | Hoge Raad 28 februari 2003

Alinea 36 Hoge Raad 28 februari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 28 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9387.

3.1.1 (i) Tegen [verweerder] c.s. als verdachten is een gerechtelijk vooronderzoek geopend naar valsheid in geschrift bij het verkrijgen van EU-exportrestituties bij uitvoer van kaas naar de Verenigde Staten van Amerika. Nadien heeft de Officier van Justitie te Roermond in het parallel lopend strafrechtelijk opsporingsonderzoek een rechtshulpverzoek aan Canada gedaan. Daarbij is onder meer verzocht een aantal getuigen onder ede te horen en een tweetal met name genoemde Nederlandse politiefunctionarissen toe te staan bij de getuigenverhoren aanwezig te zijn en aan hen afschriften van de op te maken processen-verbaal ter hand te stellen. Het rechtshulpverzoek vermeldt niet wie de raadslieden van [verweerder] c.s. zijn en bevat evenmin een verzoek [verweerder] c.s. en/of hun raadslieden bij de verhoren toe te laten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/66bccc2c5f7d21de9aaa2323b3777be99b0b2f9aa7d7c5d1b066052974b0347e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 66bccc2c5f7d21de9aaa2323b3777be99b0b2f9aa7d7c5d1b066052974b0347e, en de alinea staat in dat document op bytes 8694 tot 9531.