Citaat | Hoge Raad 28 februari 2003

Alinea 41 Hoge Raad 28 februari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 28 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9387.

3.1.4 Voorzover in cassatie van belang, hebben [verweerder] c.s., naar het Hof in rov. 4 van zijn arrest heeft vermeld, aan hun vorderingen ten grondslag gelegd dat het rechtshulpverdrag tussen Nederland en Canada, de beginselen van een goede procesorde, de gewekte verwachtingen tijdens overleg tussen raadslieden, Rechter-Commissaris en Officier van Justitie alsmede art. 6 EVRM meebrengen dat de Staat de Canadese autoriteiten op de hoogte stelt van de identiteit van de raadslieden van [verweerder] c.s. en van hun verzoek bij de onder ede te houden verhoren aanwezig te zijn. Volgens [verweerder] c.s. handelde de Staat jegens hen onrechtmatig door in het rechtshulpverzoek niet (zo) zeker (mogelijk) te stellen dat de verdediging bij die verhoren aanwezig zou zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/66bccc2c5f7d21de9aaa2323b3777be99b0b2f9aa7d7c5d1b066052974b0347e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 66bccc2c5f7d21de9aaa2323b3777be99b0b2f9aa7d7c5d1b066052974b0347e, en de alinea staat in dat document op bytes 11029 tot 11813.