Citaat | Hoge Raad 28 februari 2003
Alinea 74 Hoge Raad 28 februari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 28 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9387.
3.4.3 Het bepaalde in art. 6, derde lid, aanhef en onder d, EVRM behelst de waarborg dat de verdachte in enig stadium van het strafgeding een behoorlijke en adequate gelegenheid wordt geboden om getuigen à charge te onder-vragen of te doen ondervragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/66bccc2c5f7d21de9aaa2323b3777be99b0b2f9aa7d7c5d1b066052974b0347e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 66bccc2c5f7d21de9aaa2323b3777be99b0b2f9aa7d7c5d1b066052974b0347e, en de alinea staat in dat document op bytes 20074 tot 20340.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/66bccc2c5f7d21de9aaa2323b3777be99b0b2f9aa7d7c5d1b066052974b0347e | shasum -a 256