Citaat | Hoge Raad 28 februari 2003
Alinea 77 Hoge Raad 28 februari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 28 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9387.
3.4.6 Het hof heeft evenwel geoordeeld dat het in het parallel lopende strafrechtelijk opsporingsonderzoek in Canada onder ede afleggen van getuigenverklaringen in aanwezigheid (en mede op vragen) van Nederlandse opsporingsambtenaren, zonder dat de verdediging de gelegenheid is geboden om bij dat getuigenverhoor aanwezig te zijn en aan de getuigen vragen te (doen) stellen, in strijd is met de in art. 6, derde lid, aanhef en onder d, EVRM gestelde eisen van "fair trial" (rov. 6.1). Dit oordeel is onjuist, aangezien de enkele omstandigheid dat in een voorstadium van het strafgeding een verhoor onder ede in het buitenland heeft plaatsgevonden buiten aanwezigheid van de verdediging, een en ander zoals zojuist vermeld, nog niet meebrengt dat de verdachte onherstelbaar is beknot in het hem door art. 6, derde lid, aanhef en onder d, EVRM toegekende recht om die getuigen in enige latere fase van het strafgeding te ondervragen of te doen ondervragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/66bccc2c5f7d21de9aaa2323b3777be99b0b2f9aa7d7c5d1b066052974b0347e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 66bccc2c5f7d21de9aaa2323b3777be99b0b2f9aa7d7c5d1b066052974b0347e, en de alinea staat in dat document op bytes 21003 tot 21971.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/66bccc2c5f7d21de9aaa2323b3777be99b0b2f9aa7d7c5d1b066052974b0347e | shasum -a 256