Citaat | Hoge Raad 21 januari 2003

Alinea 35 Hoge Raad 21 januari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9669.

4.4. Art. 290, eerste lid, Sv, welke bepaling ingevolge art. 415 Sv in hoger beroep van overeenkomstige toepassing is, houdt in dat de voorzitter de getuige onder meer naar zijn woon- of verblijfplaats vraagt. Voorts houdt die bepaling in dat de rechter kan bepalen dat het vragen naar een persoonsgegeven achterwege zal worden gelaten indien er gegrond vermoeden bestaat dat de getuige in verband met het afleggen van zijn verklaring overlast zal ondervinden of in de uitoefening van zijn beroep zal worden belemmerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6eb0299ae3a3bdd61a0c58508ff2a2f1247671c2fc876470d9ef3f368a39dc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6eb0299ae3a3bdd61a0c58508ff2a2f1247671c2fc876470d9ef3f368a39dc0, en de alinea staat in dat document op bytes 9252 tot 9783.