Citaat | Hoge Raad 10 januari 2003

Alinea 52 Hoge Raad 10 januari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0122.

3.3 De Rechtbank heeft de vorderingen toegewezen. Het Hof heeft het vonnis van de Rechtbank echter vernietigd en de vorderingen van [eiseres] alsnog afgewezen. Het Hof was van oordeel dat er geen sprake was van toerekenbaar tekortschieten van Octant. In rov. 3.7 stelde het Hof voorop dat bij de beantwoording van de vraag of Octant haar verplichtingen als assurantietussenpersoon is nagekomen, maatgevend is of haar handelwijze heeft voldaan aan de eisen van een zorgvuldige en verantwoorde beroepsuitoefening; de verplichting van een assurantietussenpersoon om een hem opgedragen taak met zorg te behandelen brengt mee dat hij op grond van zijn deskundigheid in het belang van zijn cliënt beoordeelt wat voor hem (de cliënt) van belang kan zijn. Vervolgens heeft het Hof uit het hiervóór in 3.1 onder (iv) genoemde rapport en de daar genoemde handgeschreven vermelding afgeleid dat ook [A] ermee bekend zijn geweest dat [betrokkene 1] op korte termijn de opstal zou verlaten; verder memoreerde het Hof dat de genoemde medewerker van [A], [betrokkene 3], heeft verklaard dat de directeur van Octant hem iets heeft gezegd over plannen in de toekomst het pand als hoteldependance te gebruiken (rov. 3.8), maar de verdere bedoeling met het huis was ten tijde van de levering van de opstal nog onduidelijk (rov. 3.9). Nu er bij [eiseres] (nog) geen zekerheid was omtrent de uiteindelijke bestemming van de opstal, kan volgens het Hof Octant niet worden verweten de (uiteindelijke) bestemming niet te hebben medegedeeld; bovendien had de buitendienstmedewerker van [A] zich van de plannen omtrent de beoogde bestemming op de hoogte gesteld, zodat aangenomen moet worden dat [A] voldoende geïnformeerd was (rov. 3.10). Ook met betrekking tot het niet doorgeven van het verrichten van enkele werkzaamheden van - volgens [eiseres] zelf - geringe aard en omvang, treft Octant geen verwijt, omdat volgens het Hof geen sprake was van een risicoverzwaring in de zin van de verzekeringsvoorwaarden, die had moeten worden doorgegeven (rov. 3.11). Het niet doorgeven van het feit dat de opstal gedurende enige tijd buiten gebruik was, achtte het Hof in de gegeven omstandigheden - het pand zag er tijdens de werkzaamheden keurig en bewoond uit, het is niet ongebruikelijk dat een pand na het vertrek van de vorige eigenaar enige tijd buiten gebruik is en [A] had van [betrokkene 1] gehoord dat zij binnen korte tijd zou vertrekken - niet zo ernstig dat kan worden gesproken van een handelen als van een onzorgvuldig assurantietussenpersoon (rov. 3.12). Aan het verwijt dat Octant niet zou hebben doorgegeven dat het pand vanwege een bouwstop enige (nadere) tijd leegstond dan wel buiten gebruik was, is het Hof voorbijgegaan, nu Octant heeft betwist dat zij van de tijdelijke bouwstop op de hoogte was en een relevant en specifiek bewijsaanbod van [eiseres] ontbreekt (rov. 3.13). Aan het voorgaande doet de hiervóór in 3.1 onder (iv) vermelde aantekening dat informatie van de directeur van Octant zou volgen niet af, "aangezien geen sprake was van (een) relevante risicoverzwarende (omstandigheid) omstandigheden, zoals bedoeld in de verzekeringsvoorwaarden en waarvan Octant kennis droeg, die door Octant doorgegeven (diende) dienden te worden" (rov. 3.14).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3986d47958bd37048ff488afe05a266176f78a8e748668cd8dc7b8314925a39. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3986d47958bd37048ff488afe05a266176f78a8e748668cd8dc7b8314925a39, en de alinea staat in dat document op bytes 12888 tot 16154.