Citaat | Hoge Raad 10 januari 2003
Alinea 54 Hoge Raad 10 januari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0122.
3.4.2 In het licht van het in 3.4.1 overwogene treffen de gezamenlijk te bespreken onderdelen 1 tot en met 3, die zijn gericht tegen 's Hofs hiervóór in 3.3 weergegeven overwegingen, doel. Indien het Hof met zijn oordeel (in rov. 3.12) dat het niet doorgeven van het feit dat de opstal gedurende enige tijd buiten gebruik was in de gegeven omstandigheden niet zo ernstig was dat kan worden gesproken van een handelen als van een onzorgvuldig assurantietussenpersoon, tot uitdrukking heeft gebracht dat de hiervóór bedoelde verplichting erop toe te zien dat de in de polisvoorwaarden opgenomen mededelingsplicht niet wordt veronachtzaamd, niet op Octant als assurantietussenpersoon rustte, geeft dat oordeel blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Indien het Hof heeft geoordeeld dat in de gegeven omstandigheden die verplichting niet op Octant rustte, dan is dat oordeel zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. Nu Octant, naar het Hof klaarblijkelijk heeft aangenomen, op de hoogte was van het aanstaande vertrek van [betrokkene 1] en de onduidelijkheid met betrekking tot de bestemming van de opstal, rustte in beginsel op Octant de verplichting [eiseres] opmerkzaam te maken op hetgeen omtrent risicoverzwaring in de polisvoorwaarden is bepaald en, zo nodig nadere informatie bij [eiseres] in te winnen omtrent de feiten en omstandigheden die de verzekeraars aanleiding zouden kunnen geven tot een beroep op risicoverzwaring. De enkele door het Hof (in rov. 3.8 en 3.10) genoemde omstandigheid dat [A] op de hoogte was van het feit dat [betrokkene 1] de opstal zou verlaten en zich via haar buitendienstmedewerker [betrokkene 2] van de beoogde (maar nog onzekere uiteindelijke) bestemming van de opstal op de hoogte had gesteld, brengt niet mee dat Octant van haar hiervóór bedoelde verplichting was ontslagen, zulks te minder nu, zoals het Hof in rov. 3.14 onderkende, door een andere medewerker van [A] was aangetekend dat nadere informatie van de directeur van Octant zou volgen. Ook de overige door het Hof in rov. 3.12 vermelde omstandigheden rechtvaardigen zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet dat Octant van haar verplichting was ontslagen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3986d47958bd37048ff488afe05a266176f78a8e748668cd8dc7b8314925a39. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3986d47958bd37048ff488afe05a266176f78a8e748668cd8dc7b8314925a39, en de alinea staat in dat document op bytes 17855 tot 20052.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f3986d47958bd37048ff488afe05a266176f78a8e748668cd8dc7b8314925a39 | shasum -a 256