Citaat | Hoge Raad 28 februari 2003

Alinea 41 Hoge Raad 28 februari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 28 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0131.

3.1 In cassatie kan worden uitgegaan van de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2 (i)-(vi) vermelde feiten. Kort samengevat gaat het om het volgende. [Eiser] en [verweerster 1] zijn eigenaren van panden aan de [a-straat] te [woonplaats]. Hun erven grenzen aan elkaar, dat van [eiser] grenst aan de Vecht. Ten gunste van het erf van [verweerster 1] is een recht van overpad gevestigd over het erf van [eiser] naar de Vecht. Deze erfdienstbaarheid rust op het aan [eiser] toebehorende deel van een pad dat van de [a-straat] naar de Vecht loopt. Aan het einde van dat pad ligt in de Vecht een steiger die o.m. door [verweerder] c.s. wordt gebruikt. In 1979 heeft [verweerder] van Rijkswaterstaat een vergunning verkregen "(...) behoudens ieders recht, (...) voor het gebruik maken van de Vecht te [woonplaats] voor het behouden van een beschoeiing en een steiger".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fecc4778a9f8eeca1e1a2d3abaf42adfbbaf45df39b8328e51ca91b4ad3f3b92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fecc4778a9f8eeca1e1a2d3abaf42adfbbaf45df39b8328e51ca91b4ad3f3b92, en de alinea staat in dat document op bytes 9598 tot 10483.