Citaat | Hoge Raad 28 februari 2003
Alinea 42 Hoge Raad 28 februari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 28 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0131.
3.2 [Eiser] stelt zich op het standpunt dat hij eigenaar is van genoemde steiger omdat deze een bestanddeel is van zijn erf, en heeft op die grond de onder 1 vermelde vorderingen (in conventie) ingesteld. De Rechtbank heeft die vorderingen afgewezen en het Hof heeft die beslissing bekrachtigd op grond van de overweging, samengevat, dat de Rechtbank terecht het beroep van [eiser] op horizontale natrekking heeft verworpen en heeft geoordeeld dat de steiger geen bestanddeel is van de onroerende zaak van [eiser] in de zin van art. 3:4 BW. Voor de motivering van dit oordeel heeft het Hof verwezen naar het vonnis van de Rechtbank en die motivering als volgt samengevat: "Het komt erop neer dat de steiger geen wezenlijk onderdeel van de naastgelegen grond vormt en ook niet zodanig met de grond is verbonden dat zij niet zonder beschadiging van betekenis van de grond kan worden verwijderd." Middel 1 bestrijdt deze overweging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fecc4778a9f8eeca1e1a2d3abaf42adfbbaf45df39b8328e51ca91b4ad3f3b92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fecc4778a9f8eeca1e1a2d3abaf42adfbbaf45df39b8328e51ca91b4ad3f3b92, en de alinea staat in dat document op bytes 10503 tot 11445.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fecc4778a9f8eeca1e1a2d3abaf42adfbbaf45df39b8328e51ca91b4ad3f3b92 | shasum -a 256