Citaat | Hoge Raad 17 januari 2003
Alinea 37 Hoge Raad 17 januari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 17 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0136.
De Kantonrechter heeft deze vordering afgewezen en zich bevoegd verklaard. De Rechtbank heeft de hiertegen gerichte grief van de bank verworpen en het vonnis van de Kantonrechter bekrachtigd. Gezien artikel 17 van de Grondwet, art. 2 sub 5 onder a van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten (hierna: Wet AVV) en art. 14 van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomsten (hierna: Wet CAO) en de ontstaansgeschiedenis daarvan, strekt de binding van [verweerder] aan de CAO zich naar het oordeel van de Rechtbank niet uit tot het in de CAO voorkomende arbitraal beding. Voor doorwerking in de individuele arbeidsovereenkomst van de in de CAO opgenomen verplichting geschillen met betrekking tot de toepassing van de CAO met uitsluiting van de gewone rechter aan het Scheidsgerecht voor het Bankbedrijf voor te leggen achtte de Rechtbank in een geval als het onderhavige, waarin het gaat om een niet-gebonden werknemer als bedoeld in art. 14 van de Wet CAO, een uitdrukkelijke verklaring van de werknemer nodig. Niet is echter gesteld of gebleken dat [verweerder] een uitdrukkelijke verklaring heeft gedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8cea692aa9781ca88e3740dc802eafbe32098a2bef0f7f624d7193e1692a16b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8cea692aa9781ca88e3740dc802eafbe32098a2bef0f7f624d7193e1692a16b3, en de alinea staat in dat document op bytes 10935 tot 12130.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8cea692aa9781ca88e3740dc802eafbe32098a2bef0f7f624d7193e1692a16b3 | shasum -a 256