Citaat | Hoge Raad 17 januari 2003

Alinea 39 Hoge Raad 17 januari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 17 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0136.

Art. 1020 lid 5 Rv. bepaalt dat onder de overeenkomst tot arbitrage mede wordt begrepen een arbitraal beding dat is opgenomen in de partijen bindende statuten of reglementen. Art. 1021 bepaalt voorts, voorzover thans van belang, dat de overeenkomst tot arbitrage wordt bewezen door een geschrift en dat daarvoor voldoende is een geschrift dat verwijst naar algemene voorwaarden welke in arbitrage voorzien en dat door of namens de wederpartij uitdrukkelijk of stilzwijgend is aanvaard. In het licht van deze bepalingen moet worden geoordeeld dat het arbitrale beding in de CAO is aan te merken als een geldige overeenkomst tot arbitrage, zoals bedoeld in art. 1020 lid 1, tenzij een andere wettelijke bepaling hieraan in de weg mocht staan. Anders dan de Rechtbank heeft geoordeeld, is dit laatste niet het geval.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8cea692aa9781ca88e3740dc802eafbe32098a2bef0f7f624d7193e1692a16b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8cea692aa9781ca88e3740dc802eafbe32098a2bef0f7f624d7193e1692a16b3, en de alinea staat in dat document op bytes 12259 tot 13085.