Citaat | Hoge Raad 17 januari 2003
Alinea 33 Hoge Raad 17 januari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 17 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0168.
3.4.2 Art. 3:83 lid 2 BW brengt immers mee dat de overdraagbaarheid van een vordering kan worden uitgesloten door een beding als hier tussen [A] en [B] is gemaakt. Anders dan het onderdeel betoogt, levert een overdracht in strijd met zo'n beding niet slechts wanprestatie van de gerechtigde tot de vordering tegenover zijn schuldenaar op, maar heeft het beding ongeldigheid van die overdracht tot gevolg. Krachtens art. 3:98 geldt dit een en ander ook voor verpanding. Daaruit volgt dat in dit geval de vordering ten gevolge van het verpandingsverbod niet kon worden verpand. Of Oryx ten tijde van de verpanding op de hoogte was van het verpandingsverbod, doet niet terzake. Voorzover met het betoog over de goede trouw van Oryx in het onderdeel wordt bedoeld een beroep te doen op art. 3:88 in verbinding met 3:239 lid 4 BW, faalt het omdat hier geen sprake is van onbevoegdheid die voortvloeit uit de ongeldigheid van een vroegere overdracht, zoals in die bepalingen bedoeld. Ook komt Oryx geen beroep toe op art. 3:36, omdat zij in deze niet is afgegaan op een verklaring of gedraging van de debiteur van de vordering, [A] of [verweerster]; de enige verklaring waarop zij, zoals het Hof in cassatie niet bestreden heeft overwogen, is afgegaan, is die van [B], haar wederpartij.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfd698ff76b2ea3c16b946fb406224be331c000d3ee9f89a6928d0db5b57be85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfd698ff76b2ea3c16b946fb406224be331c000d3ee9f89a6928d0db5b57be85, en de alinea staat in dat document op bytes 9656 tot 10949.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfd698ff76b2ea3c16b946fb406224be331c000d3ee9f89a6928d0db5b57be85 | shasum -a 256