Citaat | Hoge Raad 17 januari 2003
Alinea 50 Hoge Raad 17 januari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 17 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0175.
In het middel wordt aangevoerd, dat nu de Rechtbank (terecht) heeft aangenomen dat ten aanzien van [eiser] niet meer kan worden gesproken van een reële mogelijkheid tot herplaatsing, GAK niet tot doorbetaling van (een deel van) het bedongen loon over de periode van december 1994 tot en met 28 februari 2001 aan [eiser] verplicht is, omdat in deze situatie [eiser] niet beschikbaar was voor de bedongen arbeid en evenmin voor passende arbeid. Het middel is niet gegrond. Wanneer een werknemer die door ziekte tot het verrichten van de bedongen arbeid blijvend ongeschikt is geworden, zich jegens zijn werkgever bereid heeft verklaard andere passende arbeid te verrichten en zijn werkgever hem daartoe zonder deugdelijke gronden niet in staat heeft gesteld, heeft de werknemer van het tijdstip af dat voormelde deugdelijke gronden ontbraken, recht op zijn loon dan wel op een voor de door hem aangeboden arbeid passend gedeelte van dit loon (HR 8 november 1985, nr. 12530, NJ 1986, 309). In overeenstemming met deze regel dient de werkgever in geval van een zodanige bereidverklaring van de werknemer zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is te onderzoeken of andere passende arbeid voorhanden is en daarover duidelijkheid te verschaffen aan de werknemer. Indien de werkgever daarmee in gebreke blijft, moet, ook als later blijkt dat geen passende arbeid voorhanden is, worden aangenomen dat een deugdelijke grond in deze zin heeft ontbroken zolang de werkgever in gebreke is gebleven terzake duidelijkheid te verschaffen. In het oordeel van de Rechtbank ligt besloten dat GAK wat dit betreft in gebreke is gebleven, nu pas in de onderhavige procedure in hoger beroep duidelijk is geworden dat er geen mogelijkheid was om [eiser] overeenkomstig zijn aanbod te herplaatsen in een passende functie op niveau 5, 4 of 3 en van GAK had mogen worden verwacht dat deze duidelijkheid vóór 1 december 1994 zou zijn geschapen. Tegen de achtergrond van de gedingstukken is dit niet van een onjuiste rechtsopvatting getuigende oordeel, niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. De klachten van het middel stuiten hierop af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc0af79552f2262c1b307d39ac4dd74f80597df6a1a1c8b466af9e02f9b63eaa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc0af79552f2262c1b307d39ac4dd74f80597df6a1a1c8b466af9e02f9b63eaa, en de alinea staat in dat document op bytes 16685 tot 18818.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc0af79552f2262c1b307d39ac4dd74f80597df6a1a1c8b466af9e02f9b63eaa | shasum -a 256