Citaat | Hoge Raad 10 januari 2003
Alinea 38 Hoge Raad 10 januari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0183.
3.2 [Eiser] vordert in dit geding vergoeding van materiële en immateriële schade en voert daartoe aan dat de bank zich jegens hem niet als een goed werkgeefster heeft gedragen. In hoger beroep heeft hij zijn eis vermeerderd met een vordering dat de bank ten behoeve van hem een verklaring opstelt die strekt tot rectificatie van de in het rapport voorkomende beschuldigingen. De Kantonrechter heeft de vorderingen gedeeltelijk toegewezen. De Rechtbank heeft de vorderingen afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0827afb815dd52c8bd2b76ea233e3cdbe48421b4df2558081964dcd74c4afa4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0827afb815dd52c8bd2b76ea233e3cdbe48421b4df2558081964dcd74c4afa4, en de alinea staat in dat document op bytes 9304 tot 9802.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e0827afb815dd52c8bd2b76ea233e3cdbe48421b4df2558081964dcd74c4afa4 | shasum -a 256