Citaat | Hoge Raad 10 januari 2003
Alinea 39 Hoge Raad 10 januari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0183.
3.3 De Rechtbank heeft daartoe, samengevat weergegeven, het volgende overwogen. Het slagen van de grieven van het principaal beroep is afhankelijk van de vraag of [eiser] aanspraak kan maken op schadevergoeding wegens handelen van de bank in strijd met goed werkgeverschap, in aanvulling op de reeds bij beschikking van 1 december 1995 toegekende ontbindingsvergoeding van ƒ 100.000,-- (rov. 6). De Rechtbank neemt tot uitgangpunt dat in de procedure die strekt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst het resultaat van de rechterlijke toetsing aan de eisen van redelijkheid en billijkheid en die van goed werkgeverschap in beginsel ten volle tot uitdrukking dient te komen in de hoogte van de ontbindingsvergoeding, zodat daarnaast - in een nieuwe procedure - voor zodanige toetsing geen plaats is (rov. 9). De door [eiser] aangevoerde feiten en omstandigheden rechtvaardigen geen uitzondering op de in rov. 9 weergegeven regel. Hij heeft weliswaar aangevoerd dat pas in de onderhavige procedure het verband tussen de declaratiekwestie en het optreden van zijn leidinggevende enerzijds en de verwijdering tussen [eiser] en de bank anderzijds kan worden vastgesteld, maar hij stelt daaromtrent geen nieuwe feiten. Hij herhaalt slechts de door hem in de ontbindingsprocedure naar voren gebrachte en door de kantonrechter meegewogen stellingen (rov. 10-11). De kantonrechter heeft uitdrukkelijk meegewogen dat de bank bij het opstellen van het bij beschikking van 29 augustus 1995 opgedragen tegenrapport, niet volledig is tegemoetgekomen aan de eisen van [eiser]. Dit heeft geleid tot een verhoging van de ontbindingsvergoeding wegens beschadiging van de carrière van [eiser]. De door [eiser] in verband hiermede gestelde schade is derhalve in de vergoeding begrepen en de vordering tot het opstellen en toezenden van een rectificatie, zijnde een vergoeding in natura, dient te worden afgewezen. Dat de bank na de ontbinding niet genegen was om met een nieuwe rectificatie te komen, kan dan ook niet worden aangemerkt als een nieuw feit dat een aanvullende schadevergoeding rechtvaardigt (rov. 12). De kantonrechter heeft zich expliciet uitgelaten over de gevorderde immateriële schadevergoeding, zodat voor toetsing daarvan in deze procedure geen plaats meer is (rov. 13). In het incidenteel beroep heeft de Rechtbank geoordeeld dat de bank zich niet als een goed werkgeefster heeft gedragen, door niet aanstonds inzage te verlenen in het declaratiedossier. Nu echter [eiser] zich persoonlijk heeft gewend tot de klachtencommissie en het dossier uiteindelijk aan hem ter beschikking is gesteld, leidt dit niet tot toewijzing van enig deel van het gevorderde. Voor het overige is naar het oordeel van de Rechtbank van slecht werkgeverschap geen sprake (rov. 17).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0827afb815dd52c8bd2b76ea233e3cdbe48421b4df2558081964dcd74c4afa4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0827afb815dd52c8bd2b76ea233e3cdbe48421b4df2558081964dcd74c4afa4, en de alinea staat in dat document op bytes 9822 tot 12601.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e0827afb815dd52c8bd2b76ea233e3cdbe48421b4df2558081964dcd74c4afa4 | shasum -a 256