Citaat | Hoge Raad 10 januari 2003
Alinea 40 Hoge Raad 10 januari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0183.
3.4 Onderdeel 1 keert zich tegen rov. 9 en voert aan dat de Rechtbank van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan. Bij de beoordeling van het onderdeel moet het volgende worden vooropgesteld. De bijzondere aard van de wettelijke regeling betreffende de arbeidsovereenkomst brengt mee dat in de regeling betreffende de ontbinding van de arbeidsovereenkomst, zoals neergelegd in art. 7:685 BW, het resultaat van de rechterlijke toetsing aan de eisen van redelijkheid en billijkheid (of aan hetgeen een goed werkgever behoort te doen en na te laten) in beginsel ten volle, onder meeweging van alle voor zijn oordeel relevante factoren, tot uitdrukking behoort te komen in de hoogte van de vergoeding die de rechter op de voet van art. 7:685 met het oog op de omstandigheden van het geval naar billijkheid aan een der partijen ten laste van de wederpartij toekent, zodat daarnaast voor zodanige toetsing geen plaats is (HR 2 november 2001, nr. C00/009, NJ 2001, 667). De Rechtbank heeft deze maatstaf toegepast, zodat het onderdeel faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0827afb815dd52c8bd2b76ea233e3cdbe48421b4df2558081964dcd74c4afa4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0827afb815dd52c8bd2b76ea233e3cdbe48421b4df2558081964dcd74c4afa4, en de alinea staat in dat document op bytes 12621 tot 13670.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e0827afb815dd52c8bd2b76ea233e3cdbe48421b4df2558081964dcd74c4afa4 | shasum -a 256