Citaat | Hoge Raad 10 januari 2003
Alinea 48 Hoge Raad 10 januari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0183.
3.7.3 Bij de beoordeling van de onderdelen moet worden vooropgesteld dat in het licht van de gang van zaken tot de tussenbeschikking van 29 augustus 1995 [eiser] na ontvangst van het tegenrapport niet slechts de gelegenheid diende te krijgen om zich over het tegenrapport uit te laten, maar ook om, nu hij dat niet acceptabel vond, kenbaar te maken of hij al dan niet met een extra vergoeding genoegen nam. De kantonrechter had niet tot de in de eindbeschikking voorziene wijze van afdoening mogen komen, indien [eiser] zich tijdens de mondelinge behandeling op het standpunt zou hebben gesteld dat hij geen genoegen wilde nemen met een extra vergoeding doch wenste dat alsnog een aan zijn verlangens voldoend tegenrapport zou worden opgesteld en dat hij zo nodig in een volgende procedure een bevel daartoe zou vorderen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0827afb815dd52c8bd2b76ea233e3cdbe48421b4df2558081964dcd74c4afa4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0827afb815dd52c8bd2b76ea233e3cdbe48421b4df2558081964dcd74c4afa4, en de alinea staat in dat document op bytes 17899 tot 18733.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e0827afb815dd52c8bd2b76ea233e3cdbe48421b4df2558081964dcd74c4afa4 | shasum -a 256