Citaat | Hoge Raad 24 januari 2003
Alinea 37 Hoge Raad 24 januari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0189.
5.4 De preferentie van art. 3:288 aanhef en sub e, eerste zinsdeel BW ziet slechts op verplichtingen van de werkgever, die opeisbaar zijn geworden in het lopende of voorafgaande kalenderjaar. Daarvan is geen sprake omdat art. 8 lid 4 PSW (oud) IMK de vrijheid liet om de affinanciering uit te smeren over de periode van de ontslagdatum tot de pensioendatum.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b908f87673b3ca9cc080695cfd6ca9c24e472f381cf1a950130caaaa5296d4c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b908f87673b3ca9cc080695cfd6ca9c24e472f381cf1a950130caaaa5296d4c, en de alinea staat in dat document op bytes 10004 tot 10374.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2b908f87673b3ca9cc080695cfd6ca9c24e472f381cf1a950130caaaa5296d4c | shasum -a 256