Citaat | Hoge Raad 24 januari 2003
Alinea 45 Hoge Raad 24 januari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0189.
3.3.2 Art. 3:288, aanhef en onder d, bevat dezelfde regel als art. 1195, aanhef en onder 4, (oud) BW, zoals deze laatste bepaling sinds de wet van 30 mei 1968, Stb. 270, luidde. De preferentie had blijkens de bewoordingen van art. 1195 (oud) betrekking op "hetgeen waarop een arbeider (...), een gewezen arbeider, alsmede hun nabestaanden aan in de toekomst tot uitkering komende termijnen van toegezegd pensioen jegens de werkgever recht hebben." In deze bewoordingen is tot uitdrukking gebracht dat het moet gaan om een vordering van de werknemer jegens de werkgever aan (toekomstige) pensioentermijnen. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van art. 1195, aanhef en onder 4, - zoals weergegeven in onderdeel 2.5 van de conclusie van de Advocaat-Generaal - moet worden afgeleid dat de wetgever slechts bescherming beoogde te geven aan werknemers van wie de werkgever niet op grond van art. 2 PSW ter uitvoering van een pensioentoezegging tot een bedrijfs- of ondernemingspensioenfonds was toegetreden of een pensioenverzekering had gesloten. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van art. 3:288 blijkt dat de wetgever geen inhoudelijke wijziging heeft beoogd tussen de oude en de nieuwe bepaling. De wetgever heeft ter zake van achterstallige verplichtingen tot betaling van pensioenpremies - blijkens hetgeen hierover in de onderdelen 2.6 en 2.7 van de conclusie van de Advocaat-Generaal is vermeld - aanvullende bescherming - waarvan de wetgever de noodzaak dus heeft onderkend - willen geven, doch de daarop betrekking hebbende wetgeving is (nog) niet voltooid. Uit dit een en ander volgt dat een vordering als de onderhavige zowel blijkens de tekst van de wet als naar de bedoeling van de wetgever niet valt onder de reikwijdte van art. 3:288, aanhef en sub d. Voor een extensieve uitleg die ertoe leidt dat aan de werknemer méér bescherming wordt geboden dan in het vorenstaande is vermeld, laten de duidelijke tekst en de kennelijke bedoeling van de wet derhalve geen ruimte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b908f87673b3ca9cc080695cfd6ca9c24e472f381cf1a950130caaaa5296d4c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b908f87673b3ca9cc080695cfd6ca9c24e472f381cf1a950130caaaa5296d4c, en de alinea staat in dat document op bytes 12413 tot 14419.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2b908f87673b3ca9cc080695cfd6ca9c24e472f381cf1a950130caaaa5296d4c | shasum -a 256