Citaat | Hoge Raad 24 januari 2003
Alinea 47 Hoge Raad 24 januari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0189.
3.4.1 Onderdeel 3 keert zich tegen rov. 5.4 van het bestreden vonnis. Het strekt in de eerste plaats ten betoge dat [eiser] op grond van de arbeidsovereenkomst (ten minste) over het ten tijde van de faillietverklaring lopende kalenderjaar en over het daaraan voorafgaande kalenderjaar ter zake van de affinanciering van de backservice van de vennootschap een nader vast te stellen bedrag opeisbaar te vorderen had, zodat de Rechtbank met haar andersluidend oordeel heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, althans haar oordeel ontoereikend heeft gemotiveerd. Voorts verwijt het onderdeel de Rechtbank dat zij haar oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd door niet in te gaan op essentiële stellingen van [eiser] te dier zake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b908f87673b3ca9cc080695cfd6ca9c24e472f381cf1a950130caaaa5296d4c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b908f87673b3ca9cc080695cfd6ca9c24e472f381cf1a950130caaaa5296d4c, en de alinea staat in dat document op bytes 14821 tot 15571.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2b908f87673b3ca9cc080695cfd6ca9c24e472f381cf1a950130caaaa5296d4c | shasum -a 256