Citaat | Hoge Raad 31 januari 2003

Alinea 39 Hoge Raad 31 januari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0201.

3.4 Onderdeel 4a (de onderdelen 1 - 3 bevatten een inleiding) betoogt dat het Hof art.147 (oud) Rv. in verbinding met art. 347 (oud) Rv. heeft geschonden, althans in strijd heeft gehandeld met een goede procesorde, omdat het Hof geen recht heeft gedaan op alle stukken. Onderdeel 4b voegt daar aan toe dat het Hof aan de verklaring van de advocaat van de vader niet het recht kan ontlenen van bepaalde processtukken geen kennis te nemen, daar alleen van door de rechter op de gronden vermeld in art. 147 lid 3 (oud) Rv. terzijde gelegde stukken geen kennis behoeft te worden genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71b611af460aaeddab93088359cf2fc7f400dc8d95b8ebd526f54c3f71157309. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71b611af460aaeddab93088359cf2fc7f400dc8d95b8ebd526f54c3f71157309, en de alinea staat in dat document op bytes 11226 tot 11823.