Citaat | Hoge Raad 4 maart 2003

Alinea 28 Hoge Raad 4 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 4 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0227.

4.1. De aanvrager beroept zich op omstandigheden die in verband met het vroeger geleverde bewijs met de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht niet bestaanbaar schijnen, met dien verstande dat daardoor het ernstig vermoeden ontstaat dat het onderzoek zou hebben geleid tot vrijspraak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2923e4a6bbcac8dc26cf3cae4de452a1e4638712b0415a77ca09f1118611e4d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2923e4a6bbcac8dc26cf3cae4de452a1e4638712b0415a77ca09f1118611e4d2, en de alinea staat in dat document op bytes 9280 tot 9583.