Citaat | Hoge Raad 4 maart 2003
Alinea 29 Hoge Raad 4 maart 2003
Een alinea uit Hoge Raad 4 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0227.
4.2. De aanvrage kan in twee onderdelen worden onderscheiden. Het eerste onderdeel (aanvrage onder A) betreft de omstandigheid dat na het wijzen van de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht in de publiciteit is gekomen dat [getuige 1] in mei 2000 van een verleend verlof niet is teruggekeerd en zich aan zijn detentie heeft onttrokken, terwijl het Openbaar Ministerie hem kennelijk nadien heeft kunnen bereiken voor een ondervraging. Op grond daarvan wordt in de aanvrage betoogd dat verzoeker "zich niet aan de indruk [kan] onttrekken dat met [getuige 1] verdergaande afspraken zijn gemaakt (...) dan uit de overeenkomst (de Hoge Raad begrijpt: de hiervoor onder 3.4 vermelde overeenkomst) blijkt. Dat [getuige 1] de gelegenheid is geboden de wijk te nemen derhalve."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2923e4a6bbcac8dc26cf3cae4de452a1e4638712b0415a77ca09f1118611e4d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2923e4a6bbcac8dc26cf3cae4de452a1e4638712b0415a77ca09f1118611e4d2, en de alinea staat in dat document op bytes 9603 tot 10390.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2923e4a6bbcac8dc26cf3cae4de452a1e4638712b0415a77ca09f1118611e4d2 | shasum -a 256