Citaat | Hoge Raad 4 maart 2003
Alinea 47 Hoge Raad 4 maart 2003
Een alinea uit Hoge Raad 4 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0227.
5.10. Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat aan de inhoud van de aan het tweede onderdeel van de aanvrage ten grondslag gelegde verklaringen - zowel afzonderlijk als in samenhang beschouwd - geen ernstig vermoeden als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv kan worden ontleend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2923e4a6bbcac8dc26cf3cae4de452a1e4638712b0415a77ca09f1118611e4d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2923e4a6bbcac8dc26cf3cae4de452a1e4638712b0415a77ca09f1118611e4d2, en de alinea staat in dat document op bytes 17759 tot 18071.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2923e4a6bbcac8dc26cf3cae4de452a1e4638712b0415a77ca09f1118611e4d2 | shasum -a 256