Citaat | Hoge Raad 11 april 2003
Alinea 20 Hoge Raad 11 april 2003
Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0412.
3.2.2. Tegen deze oordelen is het middel gericht met in hoofdzaak het betoog dat, indien zoals in het onderhavige geval - waarin goederen in Nederland onder de douaneregeling extern communautair douanevervoer zijn geplaatst - vaststaat dat het terugzendingsexemplaar van de aangifte door het kantoor van vertrek wordt ontvangen zonder dat dit is voorzien van de juiste stempelafdrukken en handtekeningen en dat de goederen zijn verdwenen zonder dat bekend is wat daarmee feitelijk is gebeurd, het vermoeden is gewettigd dat de goederen, behoudens - in dit geval niet geleverd - tegenbewijs, in Nederland zijn onttrokken aan een douaneregeling, als bedoeld in artikel 18, lid 1, letter c, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (tekst 1993; hierna: de Wet OB) casu quo artikel 3, lid 2, aanhef en letter b, van de Wet op de accijns (hierna: de Wet accijns) en dat - anders dan het Hof heeft geoordeeld - de Inspecteur heeft gesteld dat de goederen in Nederland aan een douaneregeling zijn onttrokken in de zin van de vermelde bepalingen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecb09c423f0e5084a7796c90ed188386a8b56ff345d5b593b20c78a9e89c2644. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecb09c423f0e5084a7796c90ed188386a8b56ff345d5b593b20c78a9e89c2644, en de alinea staat in dat document op bytes 10069 tot 11116.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ecb09c423f0e5084a7796c90ed188386a8b56ff345d5b593b20c78a9e89c2644 | shasum -a 256