Citaat | Hoge Raad 11 april 2003
Alinea 26 Hoge Raad 11 april 2003
Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0412.
3.3.4. In 's Hofs oordeel ligt besloten het - in cassatie niet bestreden - oordeel dat met betrekking tot het feitelijke vervoer en de bestemming van de goederen niets is komen vast te staan. Om onder deze omstandigheden te kunnen beoordelen of Nederland bevoegd is tot de heffing van de omzetbelasting, moet ingevolge het arrest Liberexim vastgesteld worden of zich in Nederland de (eerste) als een onttrekking aan het douanetoezicht aan te merken onregelmatigheid heeft voorgedaan die moet worden aangemerkt als de onttrekking aan het douanetoezicht. In 's Hofs uitspraak ligt besloten het oordeel dat de Inspecteur niet aannemelijk heeft kunnen maken dat in feitelijke zin de eerste onregelmatigheid van die aard zich in Nederland heeft voorgedaan. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste verdeling van de bewijslast en kan voorts als van feitelijke aard en niet onbegrijpelijk in cassatie niet met vrucht worden bestreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecb09c423f0e5084a7796c90ed188386a8b56ff345d5b593b20c78a9e89c2644. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecb09c423f0e5084a7796c90ed188386a8b56ff345d5b593b20c78a9e89c2644, en de alinea staat in dat document op bytes 16116 tot 17062.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ecb09c423f0e5084a7796c90ed188386a8b56ff345d5b593b20c78a9e89c2644 | shasum -a 256