Citaat | Hoge Raad 11 april 2003
Alinea 31 Hoge Raad 11 april 2003
Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0412.
3.4.3. In zijn arrest van 21 oktober 1999, Lensing & Brockhausen GmbH, Jurispr. 1999, blz. I-07349, heeft het Hof van Justitie voor recht verklaard dat artikel 36, lid 3, van Vo 222/77 juncto artikel 11bis, lid 2, van Vo 1062/87 aldus moeten worden uitgelegd, dat de lidstaat waartoe het kantoor van vertrek behoort, slechts bevoegd is de invoerrechten te innen, wanneer hij de aangever erop heeft gewezen dat hij over een termijn van drie maanden beschikt om het bewijs te leveren van de plaats waar de overtreding of onregelmatigheid daadwerkelijk is begaan, en dat bewijs niet binnen die termijn is geleverd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecb09c423f0e5084a7796c90ed188386a8b56ff345d5b593b20c78a9e89c2644. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecb09c423f0e5084a7796c90ed188386a8b56ff345d5b593b20c78a9e89c2644, en de alinea staat in dat document op bytes 20476 tot 21105.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ecb09c423f0e5084a7796c90ed188386a8b56ff345d5b593b20c78a9e89c2644 | shasum -a 256