Citaat | Hoge Raad 11 april 2003
Alinea 33 Hoge Raad 11 april 2003
Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0412.
3.4.4. Tussen partijen was voor het Hof niet in geschil dat de Inspecteur belanghebbende niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 49 dan wel artikel 379 van de Uitvoeringsverordening CDW (tekst tot 1 juli 2001) schriftelijk kennis heeft gegeven van de omstandigheid dat de zending niet bij het kantoor van bestemming was aangeboden en dat de plaats van de overtreding of onregelmatigheid niet kon worden vastgesteld. Uit het vorenstaande volgt dat de Inspecteur belanghebbende derhalve niet had mogen uitnodigen tot betaling van de onderwerpelijke bedragen aan omzetbelasting en accijns.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ecb09c423f0e5084a7796c90ed188386a8b56ff345d5b593b20c78a9e89c2644. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ecb09c423f0e5084a7796c90ed188386a8b56ff345d5b593b20c78a9e89c2644, en de alinea staat in dat document op bytes 21618 tot 22221.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ecb09c423f0e5084a7796c90ed188386a8b56ff345d5b593b20c78a9e89c2644 | shasum -a 256