Citaat | Hoge Raad 10 januari 2003

Alinea 34 Hoge Raad 10 januari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0690.

3.2 In het onderhavige geding heeft [eiser], naast een vordering te verklaren voor recht dat de notaris jegens hem onrechtmatig heeft gehandeld, een vordering ingesteld de notaris en de maatschap te veroordelen tot schadevergoeding, nader op te maken bij staat. In dit verband heeft hij gesteld dat zijn schade onder meer bestaat uit de kosten verband houdende met de behandeling van de tuchtprocedure in eerste aanleg en in hoger beroep. Bij pleidooi in eerste aanleg heeft hij als grondslag van deze vordering aangevoerd dat kosten van een tuchtprocedure redelijke kosten ter vaststelling van aansprakelijkheid zijn. De Rechtbank heeft deze grondslag onjuist bevonden en de vordering voor zover strekkende tot vergoeding van de kosten van de tuchtprocedure afgewezen. Het Hof heeft de hiertegen aangevoerde appelgrief verworpen. Middel I bestrijdt deze beslissing en de gronden waarop zij berust.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5f9385799c9fa07b511dd536312f36001194812ef0627cbd091e14a0ad90651b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5f9385799c9fa07b511dd536312f36001194812ef0627cbd091e14a0ad90651b, en de alinea staat in dat document op bytes 8059 tot 8970.