Citaat | Hoge Raad 10 januari 2003

Alinea 36 Hoge Raad 10 januari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0690.

Evenzo kan het oordeel van de tuchtrechter over het handelen van een beroepsbeoefenaar in een civiele procedure een rol spelen bij de beantwoording van de vraag of de beroepsbeoefenaar aansprakelijk is (vgl. HR 12 juli 2002, nr. C00/274, RvdW 2002, 122), en deze omstandigheid kan een belanghebbende (mede) aanleiding geven een klacht in te dienen, maar dit betekent niet dat een tuchtprocedure tot doel heeft de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de beroepsbeoefenaar vast te stellen. In dit verband is van belang dat bij de beoordeling van de vraag of een tuchtklacht gegrond is andere maatstaven worden gehanteerd dan bij de beoordeling van de civiele aansprakelijkheid, alsmede dat de mede ter bescherming van een gedaagde in een civiele procedure strekkende bewijsregels niet gelden in een tuchtprocedure.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5f9385799c9fa07b511dd536312f36001194812ef0627cbd091e14a0ad90651b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5f9385799c9fa07b511dd536312f36001194812ef0627cbd091e14a0ad90651b, en de alinea staat in dat document op bytes 9749 tot 10578.