Citaat | Hoge Raad 10 januari 2003

Alinea 54 Hoge Raad 10 januari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0692.

3.8 In rov. 8 van zijn eindarrest heeft het Hof, voor zover in cassatie van belang, geoordeeld dat, nu door [verweerster] zelf is aangevoerd dat door de raadsman in eerste aanleg ten gevolge van een misverstand geen verweer is gevoerd ten behoeve van [verweerster] (en dus uitsluitend ten behoeve van de curator), [eiseres] uitsluitend de door [verweerster] betaalde griffierechten - waarmee het Hof, anders dan waarvan de onderdelen 2.20 - 2.23 uitgaan, kennelijk bedoeld heeft: het door [verweerster] in eerste aanleg betaalde griffierecht - zal dienen te vergoeden. Het Hof heeft vervolgens [eiseres] verwezen - voor zover in cassatie van belang - in de proceskosten in eerste aanleg en die kosten begroot op ƒ 11.150,--. Voor zover de genoemde onderdelen klagen dat deze kostenveroordeling in het licht van het daaraan voorafgaande oordeel onbegrijpelijk is, zijn zij gegrond. Immers, het door [verweerster] betaalde griffierecht in eerste aanleg bedraagt slechts ƒ 4.396,53, te weten 1,9% van de gevorderde ƒ 231.396,30. In zoverre moet het arrest van het Hof worden vernietigd. De Hoge Raad kan dit punt zelf afdoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c287ac48fecd4b47537a91ffb0ca60a1f878f1489c70ec9b1f764cf9c8b3d149. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c287ac48fecd4b47537a91ffb0ca60a1f878f1489c70ec9b1f764cf9c8b3d149, en de alinea staat in dat document op bytes 18815 tot 19954.