Citaat | Hoge Raad 24 januari 2003
Alinea 47 Hoge Raad 24 januari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0694.
3.4.3 In het onderhavige geval heeft de Rechtbank geoordeeld dat het vermoeden van [verweerder], toen hij zich in december 1988 tot zijn huisarts wendde, dat zijn klachten samenhingen met zijn werk bij de drukinktfabricage nog niet inhield dat aan het bekendheidsvereiste van art. 3:310 lid 1 BW was voldaan. De Rechtbank heeft bij dat oordeel laten meewegen dat [verweerder] geen deskundige was en dat de geraadpleegde arts en de BGD het vermoeden van [verweerder] niet konden bevestigen. De Rechtbank heeft vervolgens geoordeeld dat pas op het moment dat [verweerder] bij een terzake deskundige enige bevestiging vond voor zijn vermoeden dat de chemicaliën op het werk zijn klachten veroorzaakten, de verjaring is gaan lopen. Gezien het hiervoor overwogene geven deze oordelen niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent de aanvang van de verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW. Het oordeel is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering. Hierop stuiten alle in de onderdelen aangevoerde klachten af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47e421115c5d37ffa1daa7f4e33ef77daac959dbcf717d1a0c73f05b2b25d49b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47e421115c5d37ffa1daa7f4e33ef77daac959dbcf717d1a0c73f05b2b25d49b, en de alinea staat in dat document op bytes 15378 tot 16416.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/47e421115c5d37ffa1daa7f4e33ef77daac959dbcf717d1a0c73f05b2b25d49b | shasum -a 256