Citaat | Hoge Raad 24 januari 2003
Alinea 48 Hoge Raad 24 januari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0694.
3.5.1 De onderdelen 2.1 - 2.4 zijn gericht tegen rov. 6.4. Onderdeel 2.1 betoogt dat onbegrijpelijk is dat de Rechtbank uit de aantekeningen in het medische dossier heeft opgemaakt dat een relatie tussen de chemicaliën waarmee [verweerder] had gewerkt en zijn klachten door de BGD nauwelijks mogelijk is geacht. Het onderdeel wijst erop dat het hier van belang zijnde verslag van een telefoongesprek op 18 januari 1989 van de huisarts met een zekere [betrokkene 1], slechts vermeldt dat vergiftiging nauwelijks mogelijk werd geacht. Het onderdeel faalt bij gebrek aan belang. Ook als de aantekening de betekenis heeft die het onderdeel eraan verbindt, doet dat immers niet af aan hetgeen de Rechtbank vervolgens in rov. 6.5 heeft overwogen. Ook dan is het oordeel dat (de rest) van het medisch dossier en de aantekeningen van de BGD (aanvankelijk) geen aanwijzingen opleverden dat de klachten verband hielden met de chemicaliën op het werk, niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47e421115c5d37ffa1daa7f4e33ef77daac959dbcf717d1a0c73f05b2b25d49b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47e421115c5d37ffa1daa7f4e33ef77daac959dbcf717d1a0c73f05b2b25d49b, en de alinea staat in dat document op bytes 16455 tot 17431.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/47e421115c5d37ffa1daa7f4e33ef77daac959dbcf717d1a0c73f05b2b25d49b | shasum -a 256