Citaat | Hoge Raad 21 januari 2003

Alinea 26 Hoge Raad 21 januari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0736.

3.3. Blijkens de aan feit 3 gegeven kwalificatie heeft de Rechtbank, zoals ook in de strafmotivering tot uitdrukking is gebracht, voor wat betreft de strafoplegging terzake van dat feit toepassing gegeven aan het tweede lid van art. 426 Sr, zulks evenwel ten onrechte. Reeds de omstandigheid dat die grond voor strafverzwaring niet is tenlastegelegd en bewezenverklaard stond aan die toepassing in de weg ( vgl. HR 23 november 1993, DD 94.133), nog daargelaten dat de door de Rechtbank voor feit 3 opgelegde straf hoger is dan met inachtneming van het bepaalde in art. 426, tweede lid, Sr zou zijn toegestaan. Opmerking verdient tenslotte dat de door de Rechtbank in de motivering van de strafoplegging genoemde eerdere veroordeling niet voldoet aan het in genoemde bepaling gestelde vereiste dat ten tijde van de gepleegde overtreding nog geen jaar is verlopen sedert het onherroepelijk worden van die eerdere veroordeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34b48b8a7baa2dd5247e88b98fac038689aea6ebd0f1dd6ca610c440fefbcff3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34b48b8a7baa2dd5247e88b98fac038689aea6ebd0f1dd6ca610c440fefbcff3, en de alinea staat in dat document op bytes 8789 tot 9726.