Citaat | Hoge Raad 10 januari 2003
Alinea 27 Hoge Raad 10 januari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0749.
3.4 Het middel gaat uit van een onjuiste rechtsopvatting en kan daarom niet tot cassatie leiden. In de eerste plaats houdt de in art 288 lid 2, onder b, bedoelde gedragsmaatstaf van de goede trouw immers niet in dat alleen gedragingen "in de financiële sfeer" grond kunnen opleveren voor afwijzing van het verzoek. Bij de beantwoording van de vraag of de schuldenaar te goeder trouw was, zal de rechter alle relevante omstandigheden die betrekking hebben op het gedrag van de schuldenaar in verband met het ontstaan of onbetaald laten van schulden, in zijn oordeel mogen betrekken. In de tweede plaats is, anders dan het middel verlangt, voor het ontbreken van goede trouw bij de schuldenaar niet noodzakelijk dat deze "desbewust" schulden heeft laten ontstaan of onbetaald heeft gelaten. De omstandigheid dat - zoals hier naar het kennelijke oordeel van het Hof het geval is - ernstige misdragingen van de schuldenaar tot gevolg hebben dat deze buiten staat raakt zijn schulden te voldoen, of dat nieuwe schulden zijn ontstaan, kan, mede in verband met de overige omstandigheden van het geval, waaronder met name de verwijtbaarheid van de gedragingen en de aard en omvang van de schulden, grond zijn om aan te nemen dat de schuldenaar niet te goeder trouw was in de zin van voormeld artikel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2b0a21c1b71b74ec7bbb485bcbef1881a6ad5a605b9b6ce293565dae5ee19cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2b0a21c1b71b74ec7bbb485bcbef1881a6ad5a605b9b6ce293565dae5ee19cf, en de alinea staat in dat document op bytes 9183 tot 10489.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c2b0a21c1b71b74ec7bbb485bcbef1881a6ad5a605b9b6ce293565dae5ee19cf | shasum -a 256