Citaat | Hoge Raad 31 januari 2003
Alinea 39 Hoge Raad 31 januari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF1415.
(iii) De Rechtbank heeft bij vonnis van 4 juli 2000 geoordeeld dat de vorderingen van [verweerster] toewijsbaar zijn. Zij achtte zich voor de vaststelling van de waarde van het melkquotum en de daaruit te berekenen vergoeding evenwel niet voldoende ingelicht, en zij heeft daartoe een comparitie van partijen gelast. Het Hof heeft bij arrest van 5 maart 2002 het vonnis van de Rechtbank bekrachtigd. In het daartegen door [eiser] c.s. ingestelde beroep in cassatie heeft [verweerster] zich primair beroepen op niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep op grond van art. 401a lid 2 Rv. in verbinding met art. VII lid 2 van de Wet van 6 december 2001, Stb. 580.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed8afeb6be2438ee945416abb2207113014e7074d52705c98114f2ea9a0f4384. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed8afeb6be2438ee945416abb2207113014e7074d52705c98114f2ea9a0f4384, en de alinea staat in dat document op bytes 10216 tot 10891.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed8afeb6be2438ee945416abb2207113014e7074d52705c98114f2ea9a0f4384 | shasum -a 256