Citaat | Hoge Raad 31 januari 2003

Alinea 42 Hoge Raad 31 januari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 31 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF1415.

Het betoog van [eiser] c.s. dat het standpunt van [verweerster] dat zij niet-ontvankelijk zijn in hun cassatieberoep in strijd is met art. 4 Wet AB, ziet eraan voorbij dat ingevolge art VII lid 2 van de Wet van 6 december 2001, Stb. 580, de wijziging van art. 401a Rv. onmiddellijke werking en geen terugwerkende kracht heeft. De toepasselijkheid van deze bepaling op uitspraken die na 1 januari 2002 zijn gedaan, brengt ook mee dat het Hof, anders dan [eiser] c.s. aanvoeren, in zijn tussenarrest had kunnen bepalen dat daartegen tussentijds beroep in cassatie zou kunnen worden ingesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed8afeb6be2438ee945416abb2207113014e7074d52705c98114f2ea9a0f4384. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed8afeb6be2438ee945416abb2207113014e7074d52705c98114f2ea9a0f4384, en de alinea staat in dat document op bytes 12799 tot 13402.