Citaat | Hoge Raad 21 februari 2003

Alinea 136 Hoge Raad 21 februari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF1486.

6.6.4 Omtrent het hiervóór overwogene kan niet anders worden geoordeeld indien, zoals de Ondernemingskamer heeft overwogen (zie hiervóór 4.2.4 onder f) en 1) en in onderdeel 8 wordt bestreden, sprake was van een "precaire situatie van HBG in verband met de teleurstellende bedrijfsresultaten". Dat zelfde geldt voor het door onderdeel 9 bestreden oordeel (zie 4.2.4 onder f) en 2) dat van belang is de omstandigheid dat een groot aantal aandeelhouders zich ten faveure van aanvaarding van het bod van Boskalis had uitgelaten. De bedoelde omstandigheden kunnen immers, nadat de hiervóór besproken argumenten ontoereikend zijn gebleken, niet, ook niet wanneer zij tezamen worden genomen, leiden tot aanvaarding van een verplichting tot voorafgaande consultatie noch tot het oordeel dat HBG heeft gehandeld in strijd met elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap door de algemene vergadering van aandeelhouders niet te consulteren voorafgaand aan de besluitvorming ter zake van de afwijzing van het bod van Boskalis en het aangaan van de joint venture/samenwerking met Ballast Nedam. De onderdelen 8 en 9 behoeven derhalve geen behandeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6c74a23aa2dc3fb6140054dc21302b675ce1689087d2cf41bf6c2290c5546e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6c74a23aa2dc3fb6140054dc21302b675ce1689087d2cf41bf6c2290c5546e6, en de alinea staat in dat document op bytes 54973 tot 56142.