Citaat | Hoge Raad 7 maart 2003

Alinea 46 Hoge Raad 7 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 7 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF1562.

3.2 [Eiser] c.s. hebben schadevergoeding van de Bank gevorderd. Zij hebben daartoe gesteld: dat de Bank jegens hen onrechtmatig heeft gehandeld door in de periode van juli tot en met september 1992 en meer in het bijzonder op 8 september 1992 de kooporder van Crédit Suisse voor het op die dag nog resterende aantal van 62.600 aandelen te negeren; dat de Bank voor de aandelen niet de hoogste opbrengst heeft gerealiseerd, omdat de werkelijk gerealiseerde waarde onder de koopprijs ligt die door Crédit Suisse zou zijn betaald; dat [eiser 2] voor die kooporder had zorggedragen door een deel van zijn vermogen ter financiering van de koop van de aandelen in de vorm van een lening aan [eiser 1] ter beschikking te stellen; dat zij, omdat zij de aandelen niet hebben kunnen verwerven niet van de waardestijging en uit te keren dividenden hebben kunnen profiteren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/64887efc5513f455b9bcd1a69f68d677b76802f78da9d8162a0059bc523829bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 64887efc5513f455b9bcd1a69f68d677b76802f78da9d8162a0059bc523829bf, en de alinea staat in dat document op bytes 10584 tot 11462.